goh, het is best wel makkelijk. je maakt een tekst in 2 minuten .
kan ie ook plaatjes?
en een linkje?
Wat gebeurt er in de wereld?
Je kunt natuurlijk ook een heel verhaal schrijven:
De Chinese nachtegaal
Een sprookje van Andersen over een keizer en een nachtegaal

In
China, moet je weten, is de keizer een Chinees en alle mensen om hem
heen zijn ook Chinezen. Het is nu heel lang geleden, maar daarom is het
juist de moeite waard om het verhaal te horen, voor het in vergetelheid
raakt. Het paleis van de keizer was het mooiste van de wereld, helemaal
van fijn porselein, heel kostbaar, maar zo breekbaar en zo gevaarlijk om
aan te raken dat je verschrikkelijk op moest passen. In de tuin zag je
de wonderlijkste bloemen en aan de allermooiste waren zilveren belletjes
gebonden, zodat je er niet voorbij kon gaan zonder de bloem te zien.
Alles was heel geraffineerd in de tuin van de keizer en hij was zo
uitgestrekt dat zelfs de tuinman niet wist waar hij ophield. Als je
doorliep, kwam je in een heel mooi bos met hoge bomen en diepe meren.
Dat bos liep tot aan de zee, die blauw en diep was; grote schepen konden
zo onder de takken door varen. In die takken woonde een nachtegaal die
zo lieflijk zong dat zelfs de arme visser, die toch zoveel andere dingen
te doen had, stil bleef liggen om te luisteren, als hij 's nachts zijn
netten binnenhaalde en dan de nachtegaal hoorde. "Lieve hemel, wat is
dat mooi!" zei hij. Dan moest hij weer aan het werk en vergat hij de
vogel; maar als die de volgende nacht weer zong en de visser weer op die
plek was, dan zei hij hetzelfde: "Lieve hemel, wat is dat mooi!"
Uit
alle landen van de wereld kwamen er reizigers naar de stad van de
keizer. Ze bewonderden de stad, het paleis en de tuin, maar als ze de
nachtegaal hoorden, zeiden ze allemaal: "Dàt is het mooiste!"
De
reizigers vertelden erover als ze thuiskwamen en de geleerden schreven
vele boeken over de stad, het paleis en de tuin, maar ze vergaten de
nachtegaal niet. Die stond bovenaan. En de mensen die gedichten konden
schrijven, schreven de mooiste gedichten, allemaal over de nachtegaal in
het bos aan de diepe zee.
Die boeken kwamen overal ter wereld
terecht en een paar ervan kwamen op een keer de keizer onder ogen. Hij
zat in zijn gouden stoel en las en las, hij knikte telkens met zijn
hoofd, want het deed hem genoegen om die prachtige beschrijvingen van de
stad, het paleis en de tuin te horen. "Maar de nachtegaal is toch het
allermooiste!" stond er geschreven.
"Wat krijgen we nou?" zei de
keizer. "De nachtegaal? Die ken ik helemaal niet! Is er zo'n vogel in
mijn keizerrijk, en dan nog wel in mijn tuin? Dat heb ik nooit gehoord!
Zoiets moet je dan uit een boek vernemen!"
Toen riep hij zijn
hofmaarschalk, die zo deftig was dat als iemand die lager in rang was
dan hij, het waagde hem aan te spreken of hem iets te vragen, hij alleen
maar "P!" zei en dat betekent niets.
"Er moet hier een hoogst
merkwaardige vogel zijn, die nachtegaal wordt genoemd," zei de keizer.
"Men zegt dat dit het allermooiste in mijn grote rijk is! Waarom heeft
niemand me dat verteld?"
"Ik heb hem nog nooit eerder horen noemen," zei de hofmaarschalk. "Hij is nooit aan het hof voorgesteld!"
"Ik wil dat hij hier vanavond komt zingen," zei de keizer. "De hele wereld weet wat ik heb en ik weet het zelf niet!"
"Ik heb hem nog nooit horen noemen!" zei de hofmaarschalk. "Ik zal hem zoeken, ik zal hem vinden!"
Maar
waar was hij te vinden? De hofmaarschalk liep alle trappen op en af,
zalen en gangen door; niemand van degenen die hij tegenkwam, had van de
nachtegaal gehoord en de hofmaarschalk ging weer naar de keizer en zei
dat het waarschijnlijk een fabeltje was van de mensen die boeken
schreven.
"Uwe keizerlijke Majesteit moet niet geloven wat er geschreven wordt. Dat zijn verzinsels en dat is wat ze zwarte kunst noemen!"
"Maar
het boek waar ik het in gelezen heb," zei de keizer, "is me door de
verheven keizer van Japan gestuurd en dan kan het geen onwaarheid
bevatten. Ik wil de nachtegaal horen! Vanavond moet hij hier zijn! Hij
heeft mijn hoogste gunst! En komt hij niet, dan wordt het hele hof na
het avondeten op de buik gestompt."
"Tsing-pe!" zei de
hofmaarschalk en hij rende weer alle trappen op en af en alle gangen en
zalen door; en het halve hof liep mee, want ze wilden niet zo graag op
hun buik worden gestompt. Het was me een gevraag naar die merkwaardige
nachtegaal, die de hele wereld kende, maar niemand aan het hof.
< wordt vervolgd>